Zo kan de overheid elektrisch rijden ook stimuleren

Het merendeel van de elektrische voertuigen wordt vooralsnog gekocht of geleased vanwege bepaalde voordelen. Voor de zakelijke rijders is dat een lagere bijtelling, voor particulieren sinds kort een aanschafsubsidie. Het verstand en de portemonnee lijken de boventoon te voeren. Toch maakt een voertuig dat ogenschijnlijk puur op rationele gronden wordt aangeschaft, opvallend veel emoties los. Hoe kan dit in goede banen worden geleid?

Toen de Algemene Rekenkamer eind juni liet weten niet per definitie voorstander van een voortzetting van de huidige fiscale stimulering van zakelijke elektrische auto's te zijn, omdat dit een kostbare methode is om de CO2-uitstoot terug te dringen, leidde dat tot ruim vierhonderd reacties op NUjij. De aankondiging dat de subsidieregeling voor elektrisch rijden definitief was, zorgde voor ruim vijfhonderd reacties.

De houding van Nederlander ten opzichte van elektrische auto's lijkt bovendien gepolariseerd te raken. Uit onderzoek van de ANWB (pdf) blijkt dat het percentage met een negatieve houding gestegen is van ongeveer 8 procent in 2017 tot 17 procent in 2019. De groep met een positieve houding daalde in die periode van 65 procent naar 56 procent. Het percentage met een neutrale houding bleef met 27 procent hetzelfde.

Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) haakte daar vorige week in een nieuw verschenen rapport op in door met adviezen te komen over hoe de overheid het stimuleren van elektrisch rijden het beste kan aanpakken.

Meer aandacht voor vakantie-auto

Het rapport stelt dat er grofweg drie soorten argumenten voor de aanschaf van een elektrische auto zijn: situationele, psychologische en sociale argumenten. Door hier goed op in te spelen, kan de overheid effectiever beleid maken om elektrisch rijden verder te faciliteren.

Onder de situationele argumenten vallen zaken zoals de zogeheten total cost of ownership (TCO), benodigde actieradius en laadkosten. De sleutel is volgens het KiM het beter informeren van de consument. Zo stelt het instituut dat de TCO in steeds meer gevallen in het voordeel van de elektrische auto uitvalt, wat lang niet altijd bekend is. Een andere opvallende aanbeveling is dat de overheid meer moet doen om alternatieven te faciliteren voor mensen als ze toevallig een langere afstand moeten overbruggen.

Want hoewel voor 86 procent van de Nederlanders een rijbereik van 100 kilometer voldoende zou zijn, daalt dat percentage naar 12 procent als de jaarlijkse vakantierit(ten) wordt meegerekend. Als een elektrische auto een rijbereik van 500 kilometer heeft, zou tot wel 80 procent van de automobilisten hiermee blijven rijden. Ook tijdens vakantie.

Gezien de accucapaciteit die daarvoor nodig is, kleven er ook nadelen aan een dergelijk voertuig. Bij de accuproductie komt relatief veel CO2 vrij, waarmee de winst van elektrisch rijden deels teniet wordt gedaan. Daarom zou de overheid voor vakantieritten alternatieve vervoersmiddelen kunnen aanbieden.

Bij een grote actieradius zijn meer mensen bereid meer kilometers te maken. (Foto: AutoWeek)

Praktijkervaring zorgt voor positiever beeld

Bij psychologische argumenten moet je denken aan merktrouw, maar ook aan de positieve en negatieve emoties bij een auto. Een positieve emotie kan zijn dat je je goed voelt bij een elektrische auto, terwijl een negatieve emotie de gevoelde actieradiusangst kan zijn, ook al is deze volgens het KiM "in veel gevallen rationeel gezien ongegrond".

Ook wijzen de onderzoekers naar de symbolische waarde van een elektrisch voertuig. Nu lang nog niet iedereen zo'n auto heeft, kun je je ermee onderscheiden. Het is een milieustatement maar ook laat je met een elektrische auto zien dat je technologisch vooruitstrevend bezig bent.

Misschien wel het belangrijkste psychologische element is het positieve effect dat uitgaat van een proefrit. Zodra mensen praktijkervaring hebben, ontstaat een positiever beeld. Volgens het KiM moet de overheid dan ook proberen om meer mensen deze ervaring op te laten doen.

Kan deze elektrische Opel van Amsterdam naar Maastricht en terug?
Kan deze elektrische Opel van Amsterdam naar Maastricht en terug?

Goed voorbeeld doet goed volgen

Tot slot behandelt het KiM de sociale argumenten voor de aankoop van een elektrische auto. Dat is allereerst het conformeren aan wat anderen doen. Hoe groter de groep die elektrisch rijdt wordt, des te meer mensen dit voorbeeld zullen volgen. Elektrische auto's worden zo immers normaler.

Wat daarbij helpt is als elektrische voertuigen als zodanig herkenbaar zijn. Dit kan door middel van een andere vormgeving maar ook eenvoudiger door de toepassingen van een andere nummerplaat.

Ook zijn rolmodellen van belang, aangezien zij de bekendheid van elektrische modellen kunnen vergroten. De overheid kan hierin het voortouw nemen, maar ook influencers en andere opinieleiders kunnen een voortrekkersrol vervullen.

Evenzo belangrijk is het zogeheten bureneffect, het bekende fenomeen dat mensen zich kunnen laten beïnvloeden door de aankoop van de buren. Er moet volgens het KiM dan ook meer aandacht komen voor elektrisch rijden op lokaal niveau.

Als elektrische auto's als zodanig herkenbaar zijn, wordt elektrisch rijden sneller normaal bevonden. (Foto: BMW)