De normstelling

In de vorige afleveringen hebben we uitvoerig geschetst hoe de diverse besluiten, (de) produkten van de regelgeving tot stand moesten worden gebracht,benoemd, in een hiërarchisch systeem worden ondergebracht en gelegaliseerd. De vraag hoe de organen, die bevoegd worden geacht om deze besluiten te realiseren aan hun bevoegdheid komen is niet aan de orde geweest. Aan deze vraag gaat vooraf de prealabele vraag wat het nut, het maatschappelijk belang van regelgeving is. Het antwoord op deze vraag moet worden gezocht in de uitleg van het legitimiteitsbeginsel. Het legitimiteitsbeginsel kan worden vertaald in de vraag: “Wie is bevoegd om gedurende een bepaalde, vóóraf vastgestelde periode en volgens vóóraf vastgestelde regels, vorm en inhoud te geven aan de welvaart en het welzijn van het volk van de Republiek Suriname?” Deze vraag moet gesteld worden aan de stemgerechtigde Kiezers. Zij zijn bevoegd om in een geheime stemming de stem van het volk tot uiting te brengen en te laten horen in alle toonaarden. De Grondwet 1987 stelt vervolgens in artikel 55 lid 1 vast, dat : ” De Nationale Assemblee vertegenwoordigt het volk van .......Suriname en brengt de souvereine wil van de natie tot uitdrukking.” Indien onder souvereiniteit wordt verstaan “het hoogste gezag, dat aan geen ander hoger gezag verantwoording is verschuldigd” of “ de aanduiding, waar in de staat het hoogste gezag is gevestigd” dan volgt daaruit de hiërachische plaats van de souvereine wil van het volk. Tenslotte wordt onder souvereiniteit verstaan het begrip “gezagsvolkomenheid”. Vanuit de gezagsvolkomenheid kan/ kunnen souvereine bevoegdheden worden toegekend of geattribueerd, maar ook worden teruggenomen. Zie o.a.de regeling van de decentralisatie in de artikelen 159 t/m 167 Grw. 1987. Ook de Trias bevoegdheden behoren tot die categorie waaronder de Regelgeving. De besluiten, die het gevolg zijn van de Regelgeving kunnen van de zuiver formele kant worden bekeken en dan geldt de vraag is artikel 80 van de Grondwet van toepassing. Ook inhoudelijk kunnen de besluiten worden geanalyseerd. Dan geldt de vraag: hebben we hier te maken met een”algemeen de - (dat zijn alle) - burgers bindende regel”? Deze op een formule gelijkende omschrijving verdient nadere uitleg. a.1. “ algemeen betekent algemeen naar tijd dwz. de regel geldt voor onbepaalde tijd; a.2. algemeen naar plaats de regel geldt voor iedere plaats op het territoir van de Republiek Suriname; a.3. algemeen naar inhoud dwz. de regel geldt voor alle voorzienbare gevallen; b. “de” betekent “alle burgers zonder uitzondering, die zich op het Surinaams territoir bevinden”;c. “burgers” dwz. de personen, die zich met elkaar gebonden en verbonden voelen binnen het staatsverband met de Republiek Suriname (het personensubstraat);d. “bindend”dwz. de overtuiging, dat men zichaan de gestelde regel behoort te houden op basis van zijn/ haar rechtsovertuiging, dat de regel korrekt tot stand is gekomen en dient om vorm en inhoud te geven aan de welvaart en het algemeen welzijn;e. regel betekent, dat we hier te maken hebben met een (wettelijke) norm, die gebaseerd is op de geldende rechtsovertuiging. N.B. Zie artikel 69 van de Grondwet: “De Wetgever (De Regelgever), de Regering en de overige overheidsorganen nemen de bepalingen van de Grondwet in acht.” en artikel 70 Grondwet: “De Wetgevende Macht wordt door De Nationale Assemblee en de Regering gezamenlijk uitgeoefend.”

De politieke infrastruktuur, die onder meer wordt uitgemaakt door het kiesrecht (art. 60 Grw. 1987) en het kiessysteem (hfd. X tot XII,artt. 61,162 en 163, hfd. XXI t/m XXIIIGrw.1987) , vormen garanties voor het korrekt – dwz.free en fair – verlopen van de verkiezingen en de legalisatie van de verkiezingen.De leden van de nieuw bemenste volkvertegenwoordigde organen behoren zich individueel en kollektief naar eed en gewetenin te spannen om de welvaart en het welzijn van het volk op maximale wijze ter hand te nemen en op duurzame wijze daaraan vorm en inhoud te geven.